In de zomer van 2005 bezocht ik de bosbouwbeurs in Zweden, een van de
standhouders aldaar was een boomkweker uit Spanje. Deze boomkweker had meerdere
zaailingen meegenomen van zijn kwekerij waaronder die van de steeneik. Na een
lang en interessant gesprek ging ik huiswaarts met drie zaailingen steeneik.
Vandaag de dag staat er nog één bij mij in de tuin. Van oorsprong komt de
steeneik voor in de landen rond de Middellandse Zee (Zuid Europa). Hier groeit
deze wintergroene boom tot circa 25 m hoogte. Ook in het zuiden van Engeland
staan grote exemplaren. In koudere gebieden groeit de steeneik uit tot een
grote struik of kleine boom, afhankelijk van de standplaats. Jonge exemplaren
zijn iets vorstgevoelig. De steeneik heeft een dichte, brede, koepelvormige
kroon. Meestal zijn de takken opgaand. Oudere takken buigen sterk door waardoor
een brede ronde kroon ontstaat. De stam is eerst donkergrijs en glad, later
ondiep gegroefd. Jonge twijgen zijn geelviltig. De steeneik heeft slanke, dof
grijsachtig bruine twijgen die zijn voorzien van wollige haartjes. Op de
twijgen zitten kleine, geelbruine knoppen. De eindknop heeft ongekrulde
borsteltjes. De bladeren variëren in vorm van lang en smal tot eivormig. Ze
zijn dik, leerachtig en lijken wel wat op bladen van de hulst (Ilex
aquifolium). De bladen aan de jonge loten hebben een getande rand als
bescherming tegen vraat; naarmate de twijg ouder wordt worden de bladranden
meer gegolfd, en uiteindelijk glad. De bovenzijde van het blad is ruw en
glanzend groen. De onderzijde is grijsachtig groen. De bladsteel is wollig
behaard en 1-2 cm lang. In een mild klimaat bloeit de boom rijk met goudgele
katjes van 4-7 cm lang die mooi afsteken tegen het donkergroene loof. De
steeneik heeft een lichtgroene eikel die 1,5-2 cm lang is, zij staan met 1-3
bijeen, de eikels zijn 2-3 cm lang en voor de helft omgeven door hun hoedje. De
steeneik verlangt een beschutte standplaats. De steeneik kan ook goed tegen
zeewind en luchtvervuiling. In Zuid Europa wordt de steeneik veel aangeplant
als sierboom en ter beschutting, vooral in kuststreken. In rotsachtige gebieden
blijft de eik vaak struikvormig. In NL gedijt hij op alle goed gedraineerde
gronden.
De steeneik levert zeer hard, zwaar hout, in kleine afmetingen, dat
azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast
worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen. De bast
wordt gebruikt voor het looien van huiden.
Groenblijvend is in de vegetatiekunde een aanduiding voor planten
die het hele jaar door hun bladeren vasthouden. Dit in tegenstelling tot
bladverliezende planten die hun bladeren gedurende een bepaalde periode van het
jaar verliezen, waardoor ze kaal en bladerloos zijn. We hebben het hier over
bladeren en niet specifiek over naalden omdat naalden opgerolde bladeren zijn.
Het behouden van de bladeren bij groenblijvende planten kan variëren van een
duur van een jaar tot een maximum van 45 jaar bij de naaldboom Pinus longaeva.
Er zijn echter zeer weinig soorten die hun bladeren meer dan vijf jaar
behouden.
Er zijn gebieden waar een goede reden is om bladverliezend te zijn, gebieden
met een koude of droge periode bijvoorbeeld. Daarentegen is groenblijvend zijn
vaak een aanpassing aan voedingsarme bodemomstandigheden. Bladverliezende bomen
verliezen nutriënten als ze hun bladeren verliezen en ze moeten dit verlies
weer aanvullen vanuit de bodem om nieuwe bladeren aan te maken.