Spreekwoorden, zegswijzen en uitdrukkingen uit de tuin.
Op rozen zitten - Gelukkig zijn.
De roos wordt ook wel de "koningin der bloemen" genoemd. Het zal dus niemand verbazen dat heel wat vorsten en vorstinnen graag te midden van rozen vertoefden. Sommigen sliepen er zelfs op. Bij elk feest hoorden er rozen. De Romeinse keizer Nero liet tijdens een feestje rozen op de hoofden van zijn gasten regenen. De egyptische koningin Cleopatra liet tijdens een feestmaal de vloer een halve meter hoog met rozen bedekken. En reken maar dat al wie op die rozen mocht zitten, heel gelukkig was!
Geen rozen zonder doornen - Aangename dingen hebben ook hun onaangename kanten.
De roos is een prachtige bloem, maar... haar steel staat vol scherpe doornen. Een dier dat zich eenmaal geprikt heeft, zal zich geen tweede keer in de buurt wagen!
Oude bomen verplant men niet - Bejaarde mensen blijven liever in hun vertrouwde omgeving leven.
Een boom heeft wortels waarmee hij diep in de grond verankerd is. Die wortels zuigen water en voedingsstoffen op die door de stam en de takken naar de bladeren gaan. Bij jonge boompjes zijn de wortels nog klein. Je kunt ze voorzichtig uitgraven en de boom dan op een andere plaats zetten. Maar bij oudere bomen zijn de wortels erg groot. Als je die wortels probeert uit te graven, zul je ze zeker beschadigen. En dan kunnen ze hun werk niet goed meer doen, zodat de boom ziek wordt en zelfs kan dood gaan. Ook veel oude mensen vinden verhuizen niet fijn. Ze blijven het liefst wonen waar ze altijd gewoond hebben. Daar voelen ze zich goed.
Trillen als een espenblad - Hevig beven.
De bladeren van de esp of ratelpopulier hebben een lange, platte steel die met een smalle voet op de tak vastzit. Bij het minste windje beginnen die bladeren te trillen en te ritselen. Volgens een oude legende is dat sidderen een straf vor de boom. Die straf kreeg hij lang geleden, toen God nog op aaarde wandelde. Alle bomen bogen toen, behalve de esp. een ander verhaal verteld dat de boom nog altijd zou trillen omdat hij het hout leverde voor het kruis van Christus.
De appel valt niet ver van de boom - Kinderen lijken op hun ouders.
Appels smaken niet allemaal hetzelfde en zien er niet allemaal gelijk uit. Maar aan één appelboom groeien altijd appels van dezelfde soort. Op dezelfde manier, zo zegt het spreekwoord, kun je aan de kinderen zien wie hun ouders zijn. De kinderen worden vergeleken met appels, de ouders met de appelboom.
Onkruid vergaat niet - Iemand die waardeloos is of weinig betekenis heeft, blijft het langst leven.
Mensen worden soms vergeleken met onkruid, met planten die weinig waarde hebben, maar die meestal wel taaie rakkers zijn. Zoals brandnetels. Die zijn vaak moeilijk uit te roeien. Ook al trek je ze keer op keer uit, toch blijven ze komen. Want stukken van de wortels blijven in de grond zitten en daaruit groeien telkens nieuwe stengels en bladeren.
Iemand behandelen als een kasplantje - Iemand heel goed verzorgen of voorzichtig met hem omgaan.
Planten die gewend zijn aan ons gematigde klimaat, kun je buiten, in volle grond kweken. Maar planten die uit warmere streken komen kunnen zich maar moeilijk aanpassen aan onze koude winters. Daarom worden ze gekweekt in grote glazen kassen. Hierin kan men de temperatuur en de luchtvochtigheid zorgvuldig in het oog houden en regelen. Kasplantjes worden dus met alle zorg omringd maar tegen "het echte leven" zijn ze niet goed opgewassen.
Boompje groot, plantertje dood - Iets ondernemen waarvan je zelf het resultaat niet zult zien.
Sommige bomen kunnen heel groot worden. De hoogste boom ter wereld, een sequoia, haalt zelfs 110 meter. Maar die is dan ook al eeuwen oud. De eik en de beuk kunnen wel 35 m hoog worden. Maar die hoogte bereiken ze meestal niet in een mensenleven. Als je als kind een jonge eik of beuk plant, zul je zelfs als volwassenen die boom niet in al zijn glorie kunnen bewonderen. Je hebt dan iets ondernomen waarvan je zelf niet het uiteindelijke resultaat ziet.
Een pad dat niet over rozen gaat - Een leven vol zorgen hebben.
De roos is de bloem van de vreugde en het symbool van liefde en geluk. Wanneer vroeger een jongen en een meisje trouwden, werd de weg die zij naar de kerk aflegden vaak bestrooid met rozen. Hun pad ging over rozen. Kwamen later de zorgen, dan zeiden de mensen dat hun pad niet meer over rozen ging.
Als paddestoelen uit de grond schieten - Snel en in grote massa te voorschijn komen.
In de herfst, als het weer gunstig is, kun je van de ene dag op de andere een heleboel paddestoelen uit de grond zien komen. Het zijn de vruchtlichamen van een zwam die onder de grond leeft. Je kunt ze vergelijken met de bloemen van een plant. Die bloemen zorgen ervoor dat de plant zich kan vermeerderen. Ze doen dat door zaadjes te vormen. Op dezelfde manier zorgen ook paddestoelen voor hun voortbestaan, maar zij doen het door sporen te vormen.
Dat valt in goede aarde - Dat wordt goed opgenomen.
Uit elk zaadje kan een nieuwe plant groeien. Maar dan moet het zaad wel terechtkomen in goede aarde. Dat wil zeggen dat de aarde genoeg voedingstoffen en water moet bevatten om het zaad te laten kiemen. Ook woorden en raadgevingen kunnen in goede aarde vallen. Dat wil dan zeggen dat ze goed worden opgenomen en worden aanvaard.
Wie zaait, zal oogsten - Alleen als je ervoor werkt, zul je iets krijgen.
Elke boer weet dat hij in de lente moet zaaien als hij later op het jaar graangewassen en groenten wil oogsten. Doet hij dat niet, dan zal hij op zijn akkers alleen onkruid vinden.
.......en hier nog een paar in het kort......
Aan de vruchten kent men de boom - Aan de nakomelingen kent men de ouders
Aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet - Naar Hieronymus van Alphen, als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.
Botertje aan de boom zijn / Het is botertje tot de boom - Alles gaat goed zonder problemen.
De kat uit de boom kijken - Een afwachtende houding aannemen
Een boom van een kerel - een grote man.
Een boom(pje) opzetten - Een informele discussie starten.
Een dood paard aan een boom binden - Overdreven voorzichtig zijn.
Men moet de boom buigen als die jong is - Goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd.
Onder de vijgeboom rusten - In rust en welstand leven.
Op de boom verkopen - Boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn.
Waar de boom gevallen is, blijft hij liggen - Gedane zaken nemen geen keer.
Bomen ontmoeten mekaar niet, mensen wel - De kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot.)
De maan komt al door de bomen - Gezegd van iemand die kaal begint te worden.
Door de bomen het bos niet meer zien - Door alle details het overzicht verliezen.
Hoge bomen vangen veel wind - In een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid.