Zoek planten, bloemen, struiken of vlinders
› Voer de Nederlandse, botanische of streeknaam (deels) in. Plantnaam vergeten? Upload een foto | Uitgebreid zoeken
› Zet uw plantkennis in en help andere tuiniers met het herkennen van een plant.
U bent hier: Home > Blog

De verdwijntruc van het Klein geaderd witje

› 4-11-2011, door De Vlinderstichting
Dit artikel (pdf) verscheen in 2007 in het blad Vlinders 2. Tekst: Harm Werners (De Vlinderstichting).

Klein geaderd witjeIn de tuin zit op een blad van de uitgebloeide Damastbloem een vrouwelijk exemplaar van een in Nederland zeer algemene standvlinder, het Klein geaderd witje. Het beestje warmt zich met halfgeopende vleugels op in de prille ochtendzon. Een tafereeltje dat in het vliegseizoen niet ongewoon is. Een witje is echter maar zelden alleen en deze keer vormt hierop geen uitzondering. Van links komt een ander witje aanvliegen. Als het op ongeveer een meter het zonnende klein geaderd witje is genaderd, klapt de zonaanbidster de vleugels in. Het vliegende witje, een mannetje, vervolgt onverstoorbaar zijn weg.

Nu zou je toch niet onmiddellijk de conclusie trekken, dat hier sprake was van een reactie op een actie oftewel een soort verdwijntruc. Zoiets als: “Ik ben er wel, maar je ziet me lekker niet”. Toch was dit wel degelijk het geval.

Het vrouwtje maakte zich namelijk ‘onzichtbaar’ voor het mannetje. Kennelijk werd herenbezoek door haar niet op prijs gesteld. De onderkant van de vleugels is duidelijk geler van kleur en valt, nog versterkt door de voor deze soort kenmerkende groengrijze beadering, veel minder op dan de bovenzijde. Een duidelijke camouflagefunctie dus. Naar witjesgewoonte bleef de man namelijk hardnekkig doorspeuren naar vrouwelijk schoon. Met onregelmatige tussenpozen verscheen de vliegende charmeur in het blikveld van vrouwlief. En steeds opnieuw herhaalde zich het zojuist beschreven inklappen van de vleugels. Het was leuk om waar te nemen en omdat het zich telkens herhaalde, kon het gewoonweg geen toeval zijn.

Het overtuigend bewijs van een gerichte actie werd geleverd toen na de zoveelste passage van Mister napi het inklapmechanisme te laat in werking werd gesteld. Prompt werd Lady napi met een bezoek vereerd, maar zoals viel te verwachten was ze ongenaakbaar en toonde zich op geen enkele wijze ontvankelijk voor de toenaderingspogingen van haar aanbidder.

Het is aardig om even stil te staan bij de vraag waarom onze witte dame zich wilde verstoppen, want er moet toch een goede reden zijn om de avances van een
aantrekkelijke soortgenoot van het andere geslacht af te wijzen. Laten we een poging doen om hier achter te komen. Dat onze vlinderdame de toenadering van mannelijke paringsbereide kandidaten afwees, kan eigenlijk twee dingen beteken: er had al een bevruchting plaatsgehad of ze vond het mannetje niet goed genoeg. Op een plek waar witjes vliegen, zie je geregeld het typische afweergedrag van een vrouwtje, dat door een mannetje wordt belaagd. Het achterlijfje gaat dan omhoog en alles in het gedrag van het vrouwtje geeft te kennen:  “Ik moet je niet, wegwezen!”

Niet zelden worden vrouwtjes al bevrucht vlak nadat ze uit de pop gekropen zijn en nog nauwelijks de wijde wereld hebben verkend. Omdat eitjes even de tijd nodig hebben om te rijpen, heeft ze er geen enkel belang bij nu nog lastig te worden gevallen door hitsige heren. In tegendeel: ze heeft rust nodig en kan haar tijd beter besteden aan het nuttigen van nectar om de eitjes van de nodige voedingsstoffen te voorzien. Want het klein geaderd witje legt bij een levensduur van 2 à 3 weken grosso modo driehonderd eitjes. Het aantal eiafzettingen kan oplopen van de drie keer per dag tot wel vijftig. De kennismaking met de verrassende ‘verdwijntruc’ van het klein geaderd witje was voor mij dit keer het zoveelste bewijs dat beleving van de natuur - ook in deze vorm - altijd weer de moeite waard is.

Volledig artikel op Vlindernet.

Gerelateerde artikelen

Delen

Advertenties

Alle artikelen van tuinsms

^Terug naar boven