Zoek planten, bloemen, struiken of vlinders
› Voer de Nederlandse, botanische of streeknaam (deels) in. Plantnaam vergeten? Upload een foto | Uitgebreid zoeken
› Zet uw plantkennis in en help andere tuiniers met het herkennen van een plant.
U bent hier: Home > Blog

Het Landkaartje

› 4-11-2011, door De Vlinderstichting
Dit artikel (pdf) verscheen in 1995 in het blad Vlinders. Tekst: Hans Smeenk (De Vlinderstichting).

LandkaartjeBij het bekijken van een topografische kaart proberen we ons een voorstelling te maken van het landschap. De aanwezigheid van veel verschillende kleuren wijst op variatie in vegatie; veel verschillende vakjes duidt op kleinschaligheid. Zoals Twente of de Achterhoek, maar dan wel tientallen jaren geleden, toen menselijke activiteiten en natuur nog evenwichtig harmonieerden. Het landschap als een lappendeken. Zo'n stukje kleinschalige 'topografie' treffen we aan de onderzijde van de vleugels van het Landkaartje.

Merkwaardig overigens dat vóór 1940 - toen de Nederlandse kaart nog grotendeels was ingekleurd volgens het patroon van die kleinschalige landkaarttopografie - het vlindertje zelf uiterst zeldzaam was in ons land. Pas na 1940 begon het Landkaartje in aantal toe te nemen en nu heeft hij de duinen en zelfs de Waddeneilanden bereikt. Kennelijk is de vlinder ook in staat grootschalige landschappen te overbruggen.

Oranjebruin of bijna zwart
Als vlinderfotograaf ben je nog niet direct klaar met het Landkaartje. Heb je in het voorjaar mooie portretten gemaakt, in de zomer kun je opnieuw beginnen. We hebben namelijk te maken met het meest uitgesproken geval van seizoensdimorfie bij een Nederlandse dagvlinder. Het verschil tussen de voorjaars- en de zomergeneratie is zo groot, dat Linnaeus ze destijds als twee aparte soorten beschreef!

De voorjaarslandkaartjes (forma levana) afkomstig uit 'doorgewinterde' poppen, vliegen in april en mei en zijn oranjebruin gekleurd met een patroon van hoekige, zwarte vlekken. Als een beginnend vlinderaar beweert in mei in het binnenland een parelmoervlinder te hebben gezien, reken maar dat het een Landkaartje is geweest...

De zomervorm (forma prorsa) vliegt in juli en augustus en is bijna zwart met een verbrokkelde witte band over de vleugels. Van het oranjerood resten nog slechts dunne lijntjes. Als een beginnend vlinderaar beweert in augustus een Kleine ijsvogelvlinder te hebben gezien, reken maar dat het een Landkaartje is geweest...

De daglengte en temperatuur tijdens het rups- en popstadium zijn bepalend voor het kleurpatroon van de vlinder. Door de junipoppen experimenteel bloot te stellen aan koude, kan hieruit weer de lichte voorjaarsvorm worden gekweekt. En door wat te spelen met tijd en temperatuur is nog een derde variatie mogelijk: de forma porima, die kenmerken heeft van zowel de voorjaars- als de zomervorm. Zelden treffen we zulke tussenvormen spontaan in de natuur aan, soms bij de sporadisch voorkomende herfstgeneratie.

Landkaartje als blauwdruk
Keren we nog eenmaal terug naar de 'landstreek' op de onderzijde van het Landkaartje. Stel de aders voor als zandwegen. Bij een vijfsprong kiezen we die welke leidt naar een paarse vlek. Een restant van een vochtig heideveld? Mogelijk een laatste toevluchtsoord voor het Gentiaanblauwtje?

We kunnen wel een Beschermingsplan Dagvlinders opstellen of een Rode Lijst, de grootschaligheid van een Betuwelijn dendert straks toch wel over hun gebiedjes heen. Werd Nederland maar weer wat meer ingericht volgens de blauwdruk van het Landkaartje. Dat zou niet alleen het Landkaartje, maar alle Nederlandse dagvlinders ten goede komen.

Lees het volledige artikel op Vlindernet.

Gerelateerde artikelen

Delen

Advertenties

Alle artikelen van tuinsms

^Terug naar boven