Dit artikel (
pdf) verscheen in 2004 in het blad Vlinders 1. Door Kars Veling van de Vlinderstichting.

Zonder enige overdrijving kunnen we stellen dat de
Dagpauwoog tot de mooiste vlinders van ons land behoort. Daarbij komt nog dat je deze vlinder tot midden in de stad te zien kunt krijgen. Op de bloeiende
Vlinderstruik (Buddleja) bijvoorbeeld. Iedereen moet hem dus eigenlijk wel kennen.
Behalve de veehouder I. te Z. *). Bij werkzaamheden aan zijn snijmaiskuil stootte hij eens in de herfst op een fraaie vlinder, die zich had verscholen onder het landbouwplastic. Zo'n exemplaar had hij nog nooit gezien; hij belde me op en vroeg of ik er misschien belangstelling voor had... In een glazen pot trof ik een Dagpauwoog aan. Is het al zo erg gesteld met het platteland, dat de boeren de Dagpauwoog niet meer kennen?
Als één van de vroegste vlinders verschijnt hij tijdens de eerste warme lentedagen. In feite was hij er al de gehele winter, verstopt in een schuurtje, een stapel hout, op een zolder of in een holle boom. Verstild en verstard als een donker, dor blad, met dichtgevouwen vleugels, een opvallend schepsel.
Maar bij het openen van zijn vleugels kijken wij plotseling in vier fraaie 'pauwenogen'. Misschien bedoeld als afschrikwekkend middel tegen zijn belagers, veroorzaken die ogen bij ons slechts bewondering. Vaak zit hij zo in het voorjaar op de grond op een door de zon beschenen, warm, zanderig plekje, de vleugels uitgespreid als zonnepanelen. Eerst maar eens milieuvriendelijk bijtanken na de winterrust.
De eieren worden door deze vlinder in groepjes op de
brandnetel gelegd. De zwarte, gedoornde, fijn wit gespikkelde rupsen leven vervolgens 'gezellig' slecht vertaald uit het Duits!) bij elkaar op deze door velen zo verguisde plant. Willen wij van de Dagpauwogen blijven genieten, dan zullen wij - en de boeren! - de brandnetels wat moeten ontzien. Zo werkt dat nu eenmaal in de natuur.
*) Naam en woonplaats zijn bij de auteur bekend.
Volledig artikel op
Vlindernet.