Zoek planten, bloemen, struiken of vlinders
› Voer de Nederlandse, botanische of streeknaam (deels) in. Plantnaam vergeten? Upload een foto | Uitgebreid zoeken
› Zet uw plantkennis in en help andere tuiniers met het herkennen van een plant.
U bent hier: Home > Blog

Massale aanwezigheid Kleine vos (1991)

› 5-11-2011, door De Vlinderstichting
Dit artikel (pdf) verscheen in 1991 in het blad Vlinders. Door Kars Veling van de Vlinderstichting.

Kleine vosDe Vlinderstichting werd eind augustus en begin september 1991 regelmatig gebeld met de mededeling: "Wat zeuren jullie nou dat het slecht gaat met de vlinders in Nederland! Ik heb nog nooit zoveel vlinders in de tuin gehad als dit jaar."

Bij nader doorvragen bleek dat ze enorme aantallen Kleine vossen (Aglais urticae) en Gamma-uilen (Autographa gamma) hadden gezien op de Vlinderstruik (Buddleia) in de tuin. Wat antwoord je dan? Uiteraard is het waar dat er zeer veel vlinders te zien zijn geweest in de tuinen, maar dat zegt absoluut niet dat het goed gaat met de Nederlandse vlinders.

Kleine vos en Gamma-uil zijn heel makkelijke soorten, de 'kroeglopers' onder de vlinders. Daarmee bedoelen we dat ze te zien zijn op alle plaatsen waar maar nectar te vinden is. Het zijn zeer goede vliegers en ze kunnen kilometers afleggen op zoek naar nectarbronnen. Als een plaats voor deze soorten ongeschikt wordt, kunnen ze gemakkelijk een andere, nog wel geschikte plaats bereiken.

Toch blijft de vraag natuurlijk waarom er dit jaar opeens zoveel zulke grote aantallen van deze soorten aanwezig waren.

Gamma-uil
De Gamma-uil is een trekvlinder, die ieder jaar uit Zuid-Europa ons land bereikt. De eerst komen hier al in april en mei aan, maar pas in juni en juli is de immigratie het grootst (Lempke, 1972). De vlinders leggen enorme aantallen eitjes op allerlei kruiden en grassen. Mei en juni [van 1991] waren zeer koel en vrij vochtig, waardoor de waardplanten er waarschijnlijk goed bijstonden. Vanaf juli werd het warm, droog en zonnig weer, zodat de rupsen zich zeer goed hebben kunnen ontwikkelen.

De vlinders die hier in het voorjaar binnenkomen vallen nauwelijks op omdat ze voornamelijk 's nachts actief zijn. De vlinders van de zomergeneratie daarentegen vliegen ook overdag en hebben een grote nectarbehoefte. In tuinen kunnen soms honderden exemplaren aanwezig zijn en in heideterreinen vele duizenden. Tijdens veldwerk in Oirschot namen we per pol Struikheide soms 20 tot 30 Gamma-uiltjes waar. Als dat omrekent naar totalen in dit gebied dan kom je al gauw op honderdduizenden vlinders.

Kleine vos
Voor de Kleine vos geldt ook dat het koude voorjaar [van 1991] zeker niet negatief gewerkt heeft. De brandnetels waren, door het vochtige voorjaar, zeer voedselrijk en de rupsen die in juli aanwezig waren hebben zich massaal kunnen ontwikkelen. Het is ook mogelijk dat door het koele vochtige weer in mei en juni de Sluipwesp die parasiteert op de rupsen van de Kleine vos sterk in aantal is afgenomen (willen mensen die hier ervaringen mee hebben dit even laten weten?).

Overige soorten
Niet alle vlinders hadden in 1991 een goed jaar. Vooral de soorten met een eerste generatie in mei lijken zeer kleine zomergeneraties te hebben gehad. De vlinders hebben in mei nauwelijks de mogelijkheid gehad om hun eitjes af te zetten en veel vrouwtjes zullen zijn gestorven met nog veel eitjes in hun lichaam. De Kleine vuurvlinder, het Hooibeestje en het Landkaartje zijn in de zomer, voor zover we nu kunnen bekijken, slechts in lage aantallen waargenomen.

Ook de rupsen hebben waarschijnlijk sterk van het weer in mei en juni te lijden gehad. De ontwikkeling is sterk vertraagd. Het Icarusblauwtje kwam - zo lijkt het - weken later dan normaal.

Om echt een goed overzicht te krijgen, moeten we wachten op alle medewerkers in het land die hun waarnemingen aan De Vlinderstichting doorgeven.

Lees het volledige artikel op Vlindernet.

Gerelateerde artikelen

Delen

Advertenties

Alle artikelen van tuinsms

^Terug naar boven