Zoek planten, bloemen, struiken of vlinders
› Voer de Nederlandse, botanische of streeknaam (deels) in. Plantnaam vergeten? Upload een foto | Uitgebreid zoeken
› Zet uw plantkennis in en help andere tuiniers met het herkennen van een plant.
U bent hier: Home > Blog

Kleine vuurvlinder - fel in kleur en gedrag

› 6-11-2011, door De Vlinderstichting
Dit artikel (pdf) verscheen in 1998 in het blad Vlinders. Door Kars Veling van de Vlinderstichting.

Kleine vuurvlinderAls je een wandeling maakt in de 'vlindertijd' met goed weer zijn er altijd wel vlinders. De Koolwitjes [Groot koolwitje, Klein koolwitje] laten zelden verstek gaan en je ziet ook altijd wel één van de 'vossen', Dagpauwoog, Kleine vos of Atalanta. Een Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) is toch altijd een leuke verrassing, zeker in het binnenland. Hoewel de vlinder als zeer algemeen genoemd staat in de Atlas van de Nederlandse dagvlinders, komt hij zeker niet overal en altijd voor.

Vlammend oranje
De naam vuurvlinder heeft de soort niet voor niets! Het oranje op de vleugels vlamt er af. Op de ondervleugels worden de vlammen gedoofd door een effen bruin, in de bovenvleugels worden ze juist geaccentueerd door donkere stippen en een bijna zwarte buitenrand. Het is een klein vlindertje, met een spanwijdte van net drie centimeter (openzittend dus). De onderzijde, die te zien is als de vlinder in rust zit met de vleugels opgeklapt, is lichtbruin met kleine stipjes op de ondervleugel en dezelfde vuuroranje kleur met donkere vlekken op de bovenvleugel.

Variatie te over
Deze beschrijving slaat op 'normale' dieren. Maar de Kleine vuurvlinder kent heel veel variaties. De vlinderaars vroeger waren met name zeer geïnteresseerd in die variaties, typen en ondersoorten. Zo worden er in de beroemde Catalogus der Nederlandse macrolepidoptera van Lempke (1954) maar liefst veertig vormen besproken. Het gaat daarbij om verschillen in kleur, tekening en grootte. Er komen bijvoorbeeld albinovormen voor, waarbij het oranje is vervangen door vuilwit. Een heel bekende variatie is f. caeruleopunctata. Bij deze vorm, die best regelmatig voorkomt, zijn er langs de onderrand blauwe vlekjes aanwezig. We zijn er nog niet achter wat nou de oorzaak is van die regelmatig voorkomende vorm. Het lijkt niet met de temperatuur te maken te hebben en ook lijkt de vorm niet gebonden aan een bepaald gebied.

Overal en altijd?
De Kleine vuurvlinder komt over in Europa voor, met uitzondering van de koude noordelijke delen van Scandinavië en bergstreken boven 2.000 meter. Niet alleen komt de soort over voor, je kunt de Kleine vuurvlinder ook het hele 'vlinderseizoen' door aantreffen. Van april tot in oktober is de soort in meerdere generaties aanwezig.

In Nederland kom je de Kleine vuurvlinder echter niet altijd en overal tegen. In de duinen en op de heideterreinen op de hogere zandgronden is het een vaste verschijning, maar in de overige delen van het binnenland is de soort veel minder talrijk. Ook de tijd van het jaar maakt nogal uit. In Figuur 1 zijn de aantallen uiteengezet per maand (de gegevens van 1987-1997). Dan valt op dat met name in augustus en september veel Kleine vuurvlinders worden gezien. Nog opvallender is dit in Figuur 2, waar het relatieve aantal is uitgezet. Dit geeft dus aan hoeveel procent van alle getelde vlinders betrekking had op de Kleine vuurvlinder. In september is dit maar liefst 10%!

En maar drinken
De Kleine vuurvlinder heeft vrij veel nectar nodig. Ze worden dan ook vrijwel altijd in de buurt van bloeiende planten gezien. Een echte voorkeur is niet te ontdekken, want per gebied is het aanbod van nectarplanten weer anders; Akkerdistel op ruderale stukken, Duizendblad in een berm en Afrikaantjes in de tuin. Op de hei zitten ze in augustus soms massaal op Struikheide. Deze gezonde eetlust bepaalt wel het leefgebied van het vlindertje. In uitgestrekte graslanden zonder bloeiende planten komt de soort niet voor. In kruidenrijke bermen, ruige overhoekjes en bloeiende heidevelden juist wel. In het voorjaar is op diezelfde hei echter maar weinig nectar te vinden. Dit is wellicht de reden dat de soort dan maar in zeer lage aantallen aanwezig is! Bloeiende planten spelen ook een rol bij de voortplanting van de Kleine vuurvlinder.

Felle kerels
De mannetjes van de Kleine vuurvlinder gaan, zodra ze uit de pop zijn gekropen, op zoek naar een territorium. Vanaf een groepje bloemen, waaruit ze ook de nodige nectar halen, verdedigen ze hun plekje fanatiek tegen indringers en dingen ze, al baltsend, naar de gunsten van passerende vrouwtjes. Bijna alle mannetjes zijn honkvast. Soms zijn ze wel een paar weken op dezelfde plek te vinden hoewel ze tijdens schermutselingen met andere mannetjes of amoureuze achtervolgingen van vrouwtjes ook wel buiten hun territorium komen. Die vrouwtjes zijn veel minder plaatstrouw en zwerven wat meer rond (Buesink & Datema, 1986).

Zuring zoeken met de sprieten
Nadat tijdens de paring de eitjes zijn bevrucht gaat het vrouwtje een aantal dagen op zoek naar nectar. De eitjes moeten nog rijpen en zich ontwikkelen, waarvoor energie nodig is. Na verloop van een aantal dagen zie je aan het gedrag van een vrouwtje dat ze op zoek is naar plaatsen om de eitjes af te zetten. Ze vliegt zeer laag boven de vegetatie en daalt zeer regelmatig op allerlei planten. Met haar voelsprieten betast ze de bladeren om de soort en de kwaliteit er van te bepalen. In die voelsprieten zitten namelijk allerlei zintuigen waarmee ze proeft en ruikt. Soms kruipt ze minutenlang door de planten tot ze bij de waardplant is aangekomen, Schapezuring of Veldzuring. Vaak blijken dit min of meer vrijstaande plantjes te zijn. In dichte vegetatie worden veel minder eitjes afgezet. Opvallend is ook dat eitjes vaak op vrij kleine, miezerige plantjes worden afgezet, waarschijnlijk omdat die minder afweerstoffen hebben tegen rupsenvraag en dus beter te verteren zijn voor de rupsen.

De cyclus is weer rond
Het uit het eitje komende rupsje leeft op de onderkant van het zuringblad. Een deel van de rupsen die in augustus uit de eitjes van de tweede generatie vlinders komen, zal zich, ingesponnen tussen bladeren van de waardplant, verpoppen tot derde generatie vlinders in september en oktober. Een ander deel probeert als halfwas rupsje de winter door te komen. Pas in het volgende voorjaar groeien ze verder en verpoppen zich tot de nieuwe generatie Kleine vuurvlinders.

Figuren (zie pdf)
  • Figuur 1 - Aantal waargenomen Kleine vuurvlinders per maand.
  • Figuur 2 - Relatieve aantal waargenomen Kleine vuurvlinders per maand.

Lees het volledige artikel op Vlindernet.

Gerelateerde artikelen

Delen

Advertenties

Alle artikelen van tuinsms

^Terug naar boven