Zoek planten, bloemen, struiken of vlinders
› Voer de Nederlandse, botanische of streeknaam (deels) in. Plantnaam vergeten? Upload een foto | Uitgebreid zoeken
› Zet uw plantkennis in en help andere tuiniers met het herkennen van een plant.
U bent hier: Home > Blog

Portret van de Distelvlinder

› 6-11-2011, door De Vlinderstichting
Dit artikel (pdf) verscheen in 1996 in het blad Vlinders. Door Hans Smeenk van de Vlinderstichting.

DistelvlinderMet de naam Distelvlinder komt meteen al de voedselplant van de rups in beeld, al heeft deze soort wat dat betreft meer pijlen op zijn boog. Maar nemen wij zijn Engelse naam: Painted Lady, of zijn Franse: La Belle Dame, dan vermoeden wij echte schoonheid en daarin stelt de Distelvlinder ons zeker niet teleur. Van alle Schoenlappers bezit hij in ieder geval de mooiste onderzijde.

Trek
Eén zwaluw brengt nog geen zomer... Toch kijken elk jaar weer de vogelaars verwachtingsvol uit naar de eerste Grutto, Tjiftjaf, Boerenzwaluw en Wielewaal. Vogeltrek, iedereen kent dit fenomeen. Maar ook vlinderaars kijken uit naar de komst van Atalanta en Distelvlinder, beide schoolvoorbeelden van trekvlinders. Vlindertrek is echter minder bekend bij het grote publiek.

Toch moeten de Distelvlinders ons land elk jaar weer opnieuw bereiken. Komend vanuit Noord-Afrika lukt hen dat bij gunstige week soms binnen een week. Met de wind in de rug vliegen ze hoog en ze komen dan haast letterlijk bij ons aangewaaid. Meestal is het dan al eind mei, begin juni. Hun aantal kan van jaar tot jaar sterk variëren, we kennen uitgesproken magere en vette jaren.

Dankzij zijn trekdrift werd de Distelvlinder kosmopoliet; zijn verspreidingskaart valt bijna samen met de wereldkaart, alleen Zuid-Amerika ontbreekt. Maar welke vlinder vind je zowel op Java als ook op IJsland? Op Java heeft het gebergte van ongeveer 1.000 meter hoogte zijn voorkeur (koeler), op IJsland komen ze vooral in augustus op het zuidoostelijk gelegen gedeelte voor (warmer). Daar staat dan ook op dat moment wat nectarrijke hei in bloei.

In ons land bezet de Distelvlinder in de zomer geen specifiek biotoop. Van het naakte strand tot op de paars bloeiende heide, van het Koninginnekruid langs de waterkant tot op het Boerenwormkruid langs de spoorlijn, van bloemrijke weiden en bermen tot op de Buddleja in het hartje van de stad, overal kon je ze daar in 1996 aantreffen, want [dat] jaar was weer één van de vette jaren.

Maar overwinteren, zoals de Dagpauwoog of Kleine vos, dat lukt hen niet. Het schijnt te komen door een te laag gehalte aan sorbitol in hun lijf, een soort suiker dat werkt als antivries. Zonder antivries moet je zeker niet naar IJsland gaan.

In de herfst trekt een gedeelte van de vlinders misschien nog terug naar het zuiden, de rest gaat dood van de kou. En toch proberen ze het elk jaar weer opnieuw. Een zinloze onderneming? Of toch een expansiestrategie? Want het zou uiteindelijk toch eens kunnen lukken om de winter door te komen, als het klimaat wat milder wordt. Als het broeikaseffect nog meer toeneemt, misschien lukt het hen dan.

Als het zo zou moeten, dan toch maar liever niet. Dan kunnen we beter elk jaar afwachtend uitzien naar het moment waarop de eerste ons vanuit het zuiden weer bereiken!

Lees het volledige artikel op Vlindernet.

Gerelateerde artikelen

Delen

Advertenties

Alle artikelen van tuinsms

^Terug naar boven