Dit artikel (
pdf) verscheen in 1994 in het blad Vlinders. Door Henk Wagenaar van de Vlinderstichting.

Het
Oranje zandoogje staat in Midden-Zeeland bovenaan de top-tien-lijst van in 1993 waargenomen vlinders. Je zou dit zandoogje een karakteristieke vlinder van Zeeland kunnen noemen. Van de in totaal 6.500 waarnemingen die in 1993 bij de vlinderwerkgroep Midden-Zeeland zijn binnengekomen, zijn bijna 29% waarnemingen van Oranje zandoogjes (
Pyronia tithonus)! In bijna elk hok van 5x5 km is deze soort na 1980 waargenomen. Het Oranje zandoogje valt goed op door z'n oranje-bruine kleur. De mannetjes zijn wat kleiner dan de vrouwtjes, maar wel dieper oranje van kleur. Tevens hebben ze een duidelijke donkere band van geurschubben over de voorvleugels.
Het Oranje zandoogje komt voor in bloemrijke grasvelden, ruigten en heiden in een gevarieerde, bosrijke omgeving. Vooral bij bosranden en in de buurt van bosjes zijn de vlinders te vinden. In landbouwgebieden kan de vlinder veel bij houtwallen en slootranden gezien worden, en ook langs bloemrijke dijken (Beschermingsplan Dagvlinders, 1989; Tax, 1989). Met name dit laatste is denk ik heel goed van toepassing op de regio Midden-Zeeland. Vooral de 'Zak van Zuid-Beveland' staat bekend als een gebied waarin nog veel van die bloemdijken voorkomen. Ook is er een mooi heggengebied te vinden, waar een rijk dierenleven kan worden aangetroffen.
Als je bij diverse slootranden en wegbermen gaat kijken, kan het Oranje zandoogje soms veelvuldig waargenomen worden. Vooral op
Braamstruiken en
Koninginnekruid zoeken de vlinders naar
nectar. Blijkbaar leeft het Oranje zandoogje in twee van elkaar gescheiden kerngebieden. Waarom hij in andere delen ontbreekt is niet goed bekend. Ook binnen de gebieden waar hij wel voorkomt kan hij op de ene plek heel talrijk zijn en een kilometer verder - waar de berm of de bosrand er hetzelfde uitziet - geheel ontbreken.
VliegtijdVanaf begin/half juli is het Oranje zandoogje te zien. Op Walcheren is in 2003 op 4 juli de eerste waarneming gedaan van deze soort, op Zuid-Beveland op 16 juli. De vlinder vliegt slechts in één generatie per jaar, en leeft ongeveer drie weken. De top van de vliegtijd ligt volgens Tax (1989) tussen 15 juli en 20 augustus. Dit klopt aardig met de waarnemingen die ik over 1993 heb ontvangen. Vooral eind juli en de eerste weken van augustus zijn topweken. Langs sloten en in wegbermen kun je plaatselijk op bijna elke vierkante meter één of meer exemplaren tegenkomen, vaak in gezelschap van Zwartsprietdikkopjes, die dan ook juist in grote aantallen rondvliegen. Prachtig om te zien!
BeheersmaatregelenZoals reeds vermeld komt het Oranje zandoogje veel voor in de buurt van houtwallen, ruigten en slootkanten. Het beheer hiervan moet gericht zijn op het ontwikkelen van een geleidelijke overgang van lage naar hoge begroeiing. Beschutte plaatsen zijn van belang voor deze en andere soorten
dagvlinders. Maaien zou op deze plaatsen gefaseerd moeten gebeuren. Bepaalde stukken in zo'n gebied moeten niet elk jaar, maar om het jaar gemaaid worden, zodat er voldoende variatie in het leefgebied van de vlinders ontstaat en er steeds voldoende
waardplanten en nectarplanten aanwezig zijn.
Lees het volledige artikel op
Vlindernet.