 | Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus)Chicken of the woods; Eerstvolgende tuintip of onderhoudjan1dec31Is uw boom aangetast door deze schimmel, laat dan onderzoeken of uw boom nog veilig kan worden gehandhaafd. |
Beschrijving
Herkenning
Vruchtlichaam eenjarig, halfrond console- tot waaiervormig, vaak dakpansgewijs boven elkaar. Hoed 10-30 cm breed, 1-5 mm dik. Bovenzijde onregelmatig golvend, fluwelig, zwavelgeel tot oranje, naar de omlaag gebogen rand toe gezoneerd. Buisjes 3-5 mm lang, zwavelgeel. Porien 3-5 per mm, rond tot langgerekt, zwavelgeel, soms met guttatiedruppels. Vlees sappig, zwavelgeel, later brokkelig als geitenkaas, wittig grijs. Sporee wit. Voorjaar-herfst.
Bijzonderheden
Kenmerkend zijn de grote plakken witte of geelachtige schimmeldraden op de breukvlakken. Aangezien het spinthout in de regel niet wordt afgebroken kan een aangetaste boom nog lange tijd in leven blijven. Het vruchtvlees van de opvallende zwammen is eerst zacht en kaasachtig, later wordt het droog en bros. De uitgedroogde vruchtlichamen kunnen tot in de winter aan de boom blijven zitten.
Gevolg
De houtstructuur van waardbomen wordt door de zwavelzwam volledig ontbonden. Op den duur holt de schimmel het houtlichaam volledig uit. Bij vitale bomen wordt het spinthout echter niet afgebroken. Hierdoor is een aangetaste boom in staat om met zijn jaarlijkse diktegroei de afbraak van hout door de schimmel op te vangen. Op het moment dat het hout is verpulverd, zit de boom in zijn eindfase en wordt deze breukgevaarlijk. Het risico dat gesteltakken uitbreken is dan groot. Met name bij oude eiken en robinia's zie je dat door toedoen van de zwavelzwam de zwaarste takken uitbreken. Breuk van stam of stamvoet komt minder vaak voor. Laag in de boom krijgt de schimmel eigenlijk alleen kans als er grote wonden zijn ontstaan of als afgrendelingszones zijn beschadigd, door bijvoorbeeld snoei of boomverzorgingsmaatregelen. Wel kan de zwavelzwam tot in de wortels doordringen en zo de hoofdwortels aantasten. Deze aantasting is niet zo ingrijpend dat de stabiliteit van de boom eronder lijdt. Voordat aangetaste bomen een gevaar kunnen gaan opleveren, zijn ze al volledig afgestorven. De wortels zijn dan namelijk al verloren gegaan. De zwam komt meestal via takwonden binnen en veroorzaakt vervolgens rot in het kernhout van de stam, maar kan ook via de wortels binnendringen en rot veroorzaken in de stamvoet. De boom wordt gevoelig voor windworp en de stam kan gemakkelijk afbreken. In de eindfase, als de vitaliteit van de boom langzaamaan achteruitgaat, kan de zwavelzwam het spinthout binnendringen. Uiteindelijk wordt dan ook het cambium vernietigd. Het gevolg is dat het spinthout uitdroogt en krimpscheuren gaat vertonen. Geleidelijk aan wordt zo al het hout aangetast en afgebroken. Nadat de schimmel het spinthout is binnengedrongen, ontstaat ook aan de buitenkant van de boom zichbare schadeplekken. Waar het cambium door de schimmel wordt gedood, stopt tevens de diktegroei. Dit uit zich in afgestorven plekken van de schors en bast. Compensatiehout kan de boom nu alleen nog vormen waar het cambium leeft. Wanneer de afgestorven bast openbreekt, is het dode, door bruinrot aangetaste spinthout te zien. Bruinrot betekent dat de cellulose, die het hout zijn treksterkte geeft, wordt afgebroken. Wat overblijft is de bruinkleurige lignine met een kubusvormige structuur, die tot poeder uiteenvalt. De zwavelzwam vormt zijn vruchtlichamen van mei tot in de herfst. De vorm is een waaier of onregelmatig halfrond. Over het algemeen groeien ze dakpansgewijs in groepen. De bovenzijde van de jonge zwammen is geeloranje; de onderzijde, waar de sporebuisjes zitten, is bleek zwavelgeel. Na verloop van tijd verliezen de vruchtlichamen hun kleur en worden ze wit. De zwammen zijn dan droog en bros, en brokkelen makkelijk af. Meestal blijven de plekken zichtbaar als witte strepen op de stam van de boom.