 | Camelia (Camellia)Eerstvolgende tuintip of onderhoudmei1mei30Mei is de beste periode om de Camellia te snoeien. |
Beschrijving
De Camellia komt oorspronkelijk uit Oost-Azië, een zeer groot verspreidings gebied die zich uitstrekt over de Aziatische landen Nepal, China, Korea, Japan en Vietnam. Ze komen voornamelijk aan de kuststreken voor en in de beboste hooggelegen gebieden waarbij een hoge luchtvochtigheidsgraad heerst. De winters zijn er vaak koud maar het zijn wel sneeuwrijke gebieden. In hun natuurlijke omgeving zijn de Camellia’s wintergroene struiken of kleine bomen. Ze kunnen op zeer gunstige plaatsen zo’n 15 meter hoog worden. Ze staan daar in goed doorlatende voedingsrijke grond doordat ze profiteren van het bladafval van de grotere bomen in de omgeving. Gedurende het gehele jaar regent het er rijkelijk en de luchtvochtigheidsgraad is hoog. De temperatuurschommelingen zijn er slechts klein.
Hieronder staan de meest bekende soorten die in Nederland bij kwekers en/of specialisten te verkrijgen zijn:
Camellia japonica is de soort die voor ons het bekendste is en hiervan zijn de meeste hybriden gekweekt.
Camellia oleifera is een vrij onbekende soort, die toch winterhard is in Nederland en heeft kleine witte, naar jasmijn geurende bloemen.
Camellia sasanqua is een witte lichtgeurende soort die niet geheel winterhard is.
Camellia reticulata is een enkele rozerode soort.
Camellia cuspidata is een enkele witte kleinbloemige soort.
Camellia tsaii is een witte kleinbloemige geurende soort.
Camellia fraterna is witte enkelbloemige.
Camellia sinensis is de bekende theestruik en heeft witte bloemen.
De meeste Camellia’s die verkrijgbaar zijn in Nederland zijn meestal hybriden van de japonica en zijn vaak gekweekt om hun fraaie kleuren en/of winterhardheid. Er zijn verschillende kleuren verkrijgbaar in roze, paars, rood en wit. Er zijn drie hybriden die wit zijn met een geel hart ( ‘Brushfield Yellow’, ‘Jury’s Yellow’ en ‘Gwenneth Morey’).
De meeste hybriden van de japonica zijn als tuinplant redelijk winterhard, waarvan enkelen winterhard tot -18 graden zijn. Als kuipplant moeten ze toch reeds bij lichte vorst naar binnen om geen risico te lopen. De bloeitijd van deze hybriden is meestal van februari tot april.
De meeste Williamsii hybriden zijn vaak beter bestand tegen onze winters omdat ze behoorlijk winterhard zijn. Ze zijn ook gemakkelijk om te houden als kuipplant en enkele goede planten zijn ‘Debbie’, ‘Donation’, ‘Anticipation’ etc. Dit zijn ideale beginnersplanten.
De Sasanqua en zijn hybriden zijn veel minder winterhard. De bloemen zijn vaak enkel maar kunnen heerlijk geuren. Er komen hier ook steeds meer hybriden van. De bloeitijd is van deze soort in het najaar vanaf september t/m januari. De meeste planten van deze soort kunnen het beste als kuipplant worden gehouden.
De Camellia houdt van luchtige, zure en humusrijke grond. Het beste kan de plant jaarlijks worden verpot vooral als we kalkrijk water gebruiken. De grond die voor de Camellia’s gebruikt moet worden is aan de zure kant. We kunnen hiervoor zure potgrond gebruiken die bij de betere tuincentra verkrijgbaar is of we mengen de potgrond met humus die onder dennenbomen ligt. De potgrond moet van een luchtige samenstelling zijn.
De plant hoeft niet in erg grote potten worden gehouden. De grond moet aan de vochtige kant zijn maar niet te nat. Ze geven de voorkeur aan een vochtige schaduwrijke omgeving. De morgenzon moet worden vermeden wanneer we de plant in de winter buiten hebben staan bij vorst, omdat anders de bladeren uitdrogen en zodoende bruin worden.
De planten moeten zeer weinig bemest worden en dan nog alleen maar in de bloeitijd. Veelal sterven planten eerder door te veel mest dan te weinig. Te veel mest geeft planten met heel veel bladeren en weinig bloemen.
Na de bloei begint de plant weer uit te lopen en knoppen te zetten voor het komende bloeiseizoen. In deze periode moeten alle soorten in de schaduw staan maar de Sasanqua moet in de zon staan, anders krijgt deze soort nauwelijks knoppen.
De Camellia’s hoeven nauwelijks worden gesnoeid, maar door te snoeien kunt U de bloei stimuleren en de vorm in de plant brengen. Er moet altijd na het tweede nieuwe blad aan een uitloper worden gesnoeid.
De plant zal het in de winter in een warme droge kamer slecht doen en moet dan ook in een ruimte van 0-5 graden met licht worden overwinterd. Omdat de plant al vroeg in het voorjaar bloeit kan men om van de bloei te genieten de plant buiten zetten tot lichte vorst en bij eventuele matige vorst weer binnen in een niet verwarmde lichte ruimte plaatsen.
Een veel gehoorde klacht is dat de plant spontaan de knoppen laat vallen. De oorzaak is meestal dat de plant in een te droge en warme ruimte wordt geplaatst of dat de kluit uitgedroogd is. Het verplaatsen van planten geeft bij mij geen knopval zelfs niet wanneer de bloeiende plant buiten wordt geplaatst en bij vorst weer in een koele ruimte wordt gezet. Zo kun je in het voorjaar het meeste van deze fraaie planten genieten.
Vergeet de planten die in een pot staan niet naar binnen te halen bij vorst omdat in zo’n geval zelfs -7 graden grote schade aan de plant aan kan richten.
Bron: Ton Hannink
Kenmerken